Tandarts of mondhygiënist uit het buitenland in dienst nemen

Wij krijgen regelmatig de vraag wat de juridische stappen zijn om een tandarts of mondhygiënist uit het buitenland in dienst te nemen en of het mogelijk is om een buitenlandse tandarts of mondhygiënist te laten toetreden tot de praktijk. In dit artikel gaan wij, in samenwerking met Hoboken Law Firm (die het ondernemingsrechtelijke deel voor hun rekening nemen), in op de juridische aandachtspunten bij het aangaan van deze samenwerking.

Een tandarts of mondhygiënist in Nederland moet in alle gevallen BIG-geregistreerd zijn. De BIG-registratie moet bovendien hebben plaatsgevonden vóórdat de IND een verblijfsvergunning verleent. Omdat het proces van diplomaerkenning en BIG-registratie enkele maanden in beslag kan nemen, is het verstandig hier tijdig mee te beginnen.

Immigratieregels voor derdelander tandarts/mondhygiënist

Voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning op basis van werkzaamheden als tandarts of mondhygiënist in Nederland, kan worden gekozen voor een aanvraag op basis van een dienstverband in loondienst of een aanvraag op basis van een zzp-constructie. De gekozen rechtsvorm (eenmanszaak, BV, maatschap) bepaalt welke immigratieroute van toepassing is. Hieronder worden eerst de voorwaarden voor de verschillende vergunningen uiteengezet.

Arbeid in loondienst

Voor het verrichten van werkzaamheden als tandarts of mondhygiënist in loondienst kan een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid worden aangevraagd. De meest gangbare verblijfsvergunning is de kennismigrantenvergunning, waarbij de kennismigrant moet voldoen aan een bepaalde salarisnorm (zie hieronder). Daarnaast moet de werkgever erkend zijn als referent door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Hier kunt u de lijst van erkende referenten raadplegen.

De salarisnorm om te voldoen aan het salarisvereiste voor een kennismigrantenvergunning is per 2026 als volgt. Deze salarissen worden jaarlijks geïndexeerd. 

Categorie

Salarisnorm

Werknemer van 30 jaar of ouder

EUR 5.942 bruto per maand

Werknemer jonger dan 30 jaar

EUR 4.357 bruto per maand

Recent afgestudeerden / binnen 3 jaar na hun zoekjaar

EUR 3.122 bruto per maand

Indien een werkgever geen erkend referent is, kan worden gekozen om de werkgever als referent te laten erkennen of, als alternatief, voor de Europese Blauwe Kaart verblijfsvergunning. De werknemer moet dan beschikken over een diploma van hoger onderwijs met een studieduur van minimaal 3 jaar. Dit wordt aangetoond door middel van een Nuffic-waardering. Voor tandartsen en mondhygiënisten zal dit doorgaans geen probleem zijn. De volgende salarisnormen zijn per 2026 van toepassing. Ook deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. 

Categorie

Salarisnorm

Europese Blauwe Kaart

EUR 5.942 bruto per maand

Verlaagd criterium Europese Blauwe Kaart

EUR 4.754 bruto per maand

 

Arbeid als zelfstandige

Tandartsen die niet in loondienst werken maar als zelfstandige, hebben een verblijfsvergunning "arbeid als zelfstandige" nodig. De IND beoordeelt deze aanvraag aan de hand van drie cumulatieve vereisten: 

  1. met de werkzaamheden wordt een wezenlijk Nederlands economisch belang gediend;
  2. de tandarts verwerft uit die werkzaamheden duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan; en
  3. de tandarts voldoet aan de bevoegdheidsvereisten (waaronder BIG-registratie);

Route 1: eenmanszaak of maatschap (natuurlijk persoon)

Een tandarts die als eenmanszaak of als maat in een maatschap gaat werken, hoeft de formele DGA-toets (zie Route 2 hieronder) niet te doorlopen. Die toets is uitsluitend bestemd voor rechtspersonen. De IND beoordeelt echter wél materieel of de tandarts daadwerkelijk "arbeid als zelfstandige" verricht. Dit is geen formele checklist maar een feitelijke beoordeling op basis van het totaalplaatje: wie neemt de beslissingen, wie beheert de financiën, draagt de tandarts daadwerkelijk ondernemersrisico, heeft hij meerdere opdrachtgevers, en presenteert hij zich naar buiten als ondernemer? Dat iemand formeel als maat of vennoot staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, is daarvoor niet voldoende.

Als de IND vaststelt dat sprake is van echte zelfstandige arbeid, volgt de beoordeling door de RVO aan de hand van het puntensysteem (zie hieronder).

Route 2: rechtspersoon (B.V., N.V. of buitenlandse rechtspersoon zoals een LLC)

Bij vennootschappen met rechtspersoonlijkheid moet de IND eerst vaststellen of de tandarts daadwerkelijk als zelfstandige kwalificeert of eigenlijk als werknemer moet worden aangemerkt. De IND hanteert hiervoor drie criteria. De tandarts moet aan álle drie voldoen om als ondernemer te worden beschouwd:  

  1. de aanvrager heeft een belang van 25% of meer in de onderneming;
  2. de aanvrager loopt een ondernemingsrisico; en
  3. de aanvrager kan de hoogte van het salaris zelf beïnvloeden. 

Voldoet de tandarts niet aan deze criteria, dan wordt hij door de IND als werknemer beschouwd en moet de werknemersroute worden gevolgd (kennismigrantenvergunning of Europese Blauwe Kaart). Voldoet de tandarts wél aan alle drie de criteria, dan volgt de beoordeling door de RVO aan de hand van het puntensysteem (zie hieronder).

Puntensysteem

Zowel bij Route 1 als bij Route 2 — nadat is vastgesteld dat de tandarts daadwerkelijk als zelfstandige opereert — beoordeelt de RVO of met de voorgestelde ondernemingsactiviteiten een "wezenlijk Nederlands economisch belang" is gediend. De IND draagt daartoe het dossier over aan de RVO, die advies uitbrengt. De IND volgt dit advies in de praktijk vrijwel altijd; het wordt beschouwd als een deskundigenadvies waarop de IND mag afgaan, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan. De beoordeling vindt plaats aan de hand van een puntensysteem in drie categorieën: 

Categorie

Punten worden toegekend voor …

A – persoonlijke ervaring

In categorie A worden punten toegekend voor uw persoonlijke ervaring. De RVO kent punten toe voor uw opleidingsniveau, uw relevante werkervaring, ondernemerservaring en de mate waarin uw persoonlijke ervaring verband houdt met Nederland.

B – ondernemingsplan

Categorie B is waar de RVO uw bedrijfsplan van de aanvrager beoordeelt. Dit onderdeel vormt vaak de grootste uitdaging in het aanvraagproces. In het bedrijfsplan moet u duidelijk en concreet aantonen dat uw bedrijf marktpotentie heeft. Het bedrijfsplan moet bovendien aantonen dat de onderneming levensvatbaar is. Een duidelijke, concrete beschrijving van de markt, klanten, leveranciers, concurrenten, de producten en diensten, de kostprijs en verkoopprijs daarvan, de bedrijfskosten, een marketingplan en dergelijke moet allemaal samen aantonen dat de producten of diensten inderdaad tegen de beoogde prijs kunnen worden verkocht. Uiteraard geldt hierbij: hoe hoger de te verwachten omzet en winst, hoe meer punten er worden toegekend.

C – toegevoegde waarde

In Categorie C worden punten toegekend voor innovatie (het product of de dienst is nieuw voor Nederland), het creëren van banen (waarbij heel concreet bewijs wordt verlangd) en voor grote investeringen in immateriële vaste activa (denk aan octrooien, machines, een bedrijfspand).

Het puntensysteem is zo opgezet dat aanvragers in totaal 90 punten moeten behalen in de drie categorieën om een positief advies te kunnen krijgen van de RVO – waarna de IND de verblijfsaanvraag inwilligt. Deze 90 punten mogen op twee manieren over de drie categorieën zijn verdeeld: een aanvrager moet ófwel (minstens) 30 punten behalen in álle categorieën, ófwel in de categorieën A én B ieder 45 punten scoren. In dat laatste geval telt categorie C niet mee.

Categorie C is doorgaans de moeilijkste. In de praktijk worden zelden 30 punten in deze categorie toegekend. Daarom streven de meeste aanvragers ernaar ten minste 45 punten te behalen in zowel categorie A als categorie B. Daardoor wordt een beoordeling van categorie C overbodig.

Verdragsuitzonderingen

Voor Amerikaanse en Japanse, en Turkse ondernemers gelden andere regels op basis van internationale verdragen en een internationale associatieovereenkomst.

Arbeidsovereenkomst vs. zzp-constructie

De keuze om te werken als werknemer of zelfstandige is niet alleen relevant voor de aanvraag van de vergunning om in Nederland te werken, maar heeft ook civielrechtelijke consequenties. Het is van belang dat de beoogde samenwerking aansluit bij de beoogde immigratieroute en vice versa.

Arbeidsovereenkomst

Als er wordt gekozen voor een arbeidsovereenkomst, kan de tandartspraktijk de samenwerking (tussentijds) moeilijker beëindigen; de tandarts heeft ontslagbescherming. Alleen in het geval van een “redelijke grond” (zoals ondermaats verleende mondzorg of een verstoorde werkverhouding) voor ontslag of een “dringende reden” voor ontslag op staande voet (zoals werkweigering en diefstal), is (tussentijdse) beëindiging mogelijk. Een tijdelijke arbeidsovereenkomst kan uiteraard wel eindigen na verloop van de afgesproken termijn.

Naast ontslagbescherming heeft de tandarts in loondienst ook nog recht op bijvoorbeeld vakantiegeld, een transitievergoeding bij ontslag (tenzij er sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag) en vakantiedagen. Het is als tandartspraktijk op het moment niet verplicht een pensioenregeling aan een tandarts in loondienst aan te bieden (alleen aan tandartsassistenten) of een bepaalde CAO te volgen.

Zzp-constructie

Tandartsen werken in Nederland vaker op basis van een zzp-constructie, waarbij zij als vergoeding een percentage van het deel van de omzet ontvangen dat is gerelateerd aan hun werk.

Alle hiervoor genoemde werknemersrechten zijn dan niet van toepassing tenzij dat wordt afgesproken. Als dit soort afspraken toch worden gemaakt, dan kan dit onverwachte (en voor de pseudo-opdrachtgever veelal negatieve) gevolgen hebben.

Risico van schijnzelfstandigheid

Als de constructie in de praktische uitvoering te veel lijkt op een arbeidsovereenkomst, bestaat er een risico op ‘schijnzelfstandigheid’. Dat houdt in dat de zzp-constructie (achteraf) als arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt. De gevolgen zijn drieledig:

Ten eerste fiscale gevolgen: de Belastingdienst zal met terugwerkende kracht loonheffingen naheffen en eventueel een boete opleggen. De terugwerkende kracht werkt niet verder terug dan 1 januari 2025 omdat de Belastingdienst per die datum weer is gaan handhaven (daarvoor deed hij dat jarenlang niet). In 2026 geldt daarnaast nog dat de Belastingdienst geen verzuimboete zal opleggen (wel een eventuele vergrijpboete).

Ten tweede civielrechtelijke gevolgen: de tandarts kan een beroep doen op werknemersrechten zoals de genoemde ontslagbescherming en nabetalingen vakantiebijslag en vakantiedagen. Het is daarvoor niet relevant dat partijen in beginsel bedoelden géén arbeidsovereenkomst af te spreken.

Ten derde, mogelijke immigratierechtelijke gevolgen: de verblijfsvergunning is verleend voor "arbeid als zelfstandige". Als achteraf blijkt dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, kan de grondslag voor het verblijfsrecht worden aangetast.

Gezagsverhouding

Het onderscheid tussen een zzp-constructie en een arbeidsovereenkomst is met name dat er bij een arbeidsovereenkomst een ‘gezagsverhouding’ bestaat. Zo zal de zzp-tandarts ten opzichte van de tandarts in loondienst bijvoorbeeld niet gebonden zijn aan interne personeelsregels, niet deelnemen aan vergaderingen en meer vrijheid hebben om zijn/haar werkwijze en -tijden te bepalen.

Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst wordt nu nog bepaald door de zogenoemde “Deliveroo-criteria”. Dat zou veranderen als de “Zelfstandigenwet” wordt aangenomen die op dit moment nog in voorbereiding is. Met deze wet zou (nog) wat meer waarde gehecht aan de vraag of de tandarts zich als ondernemer gedraagt door, bijvoorbeeld, een eigen administratie te voeren, acquisitie te doen en adequate voorzieningen te hebben voor ziekte en ouderdom. Ook zou er met deze wet duidelijkheid vooraf kunnen worden verkregen door de situatie voor te leggen aan de Commissie Beoordeling Toetsingskader. Het oordeel van deze commissie over de kwalificatie van de overeenkomst is bindend (ook voor de belastingdienst).

Op dit moment kan die duidelijkheid vooraf nog niet worden verkregen en bestaan er dus risico’s. Deze risico’s kunnen worden verkleind door goede afspraken te maken en ervoor te waken dat die afspraken in de praktijk ook daadwerkelijk correct worden uitgevoerd. In elk geval kan er op dit moment nog gebruik worden gemaakt van de branche-modelovereenkomst die speciaal is opgesteld voor tandartsen en is goedgekeurd door de Belastingdienst. Tot 1 januari 2030 garandeert de Belastingdienst dat als deze overeenkomst wordt gebruikt, en de praktische uitvoering overeenkomst met de afspraken, er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Vanaf 1 januari 2030 stopt de Belastingdienst met het gebruik van modelovereenkomsten.

Toetreden tot de praktijk

Soms kan het een logische stap zijn dat de nieuwe tandarts/mondhygiënist (al dan niet op termijn) toetreedt tot de praktijk. Het is belangrijk om hier duidelijke afspraken over te maken zodat geschillen kunnen worden voorkomen. Hoe dit werkt, hangt af van de rechtsvorm waarin de praktijk is ondergebracht. Als toetreding van de buitenlandse tandarts/mondhygiënist wordt overwogen, is het van belang om na te gaan dat dit aansluit op de (aanvraag voor de) immigratiestatus van de tandarts/mondhygiënist.

Van oudsher zijn veel praktijken ondergebracht in een maatschap. Tegenwoordig kiezen mondzorgprofessionals ook regelmatig voor de besloten vennootschap. De afspraken tussen maten of aandeelhouders worden vastgelegd in een maatschapsovereenkomst of een aandeelhoudersovereenkomst, afhankelijk van de rechtsvorm. Het is van belang om in de overeenkomst onder meer de volgende afspraken neer te leggen:  

  • werkverdeling en vergoeding hiervoor;
  • winstverdeling;
  • bestuur en impasses;
  • toe- en uittreding van maten/aandeelhouders en de vergoeding daarvoor;
  • verplichte aanbieding van het aandeel/de aandelen onder bijzondere omstandigheden; en
  • verkoop van de praktijk (als dit op termijn is beoogd).

De praktijk leert dat de afwezigheid van dit soort afspraken het ontstaan van geschillen in de hand werkt. Wij stellen regelmatig maatschaps- en aandeelhoudersovereenkomsten op, en behandelen regelmatig geschillen tussen maten/aandeelhouders.

Voor de toetreding tot de praktijk moeten ook afspraken worden gemaakt over (onder meer) de toetredingsprijs, de financiering daarvan, garanties en vrijwaringen. Dit wordt vastgelegd in een koopovereenkomst. De toetreder doet er goed aan om voorafgaand aan de toetreding een (boeken)onderzoek te doen naar de praktijk waarin wordt toegetreden.

Goedkeuringen

NZa-goedkeuring is vereist wanneer de toetreding van een tandarts tot een praktijk kwalificeert als concentratie (verkrijging van zeggenschap door partnerschap, vennootschap of aandelenverwerving) én ten minste één van de betrokken zorgaanbieders in de regel door 50 of meer personen zorg doet verlenen.

In contracten met zorgverzekeraars wordt regelmatig opgenomen dat een wijziging van zeggenschap moet worden goedgekeurd door c.q. voorgelegd aan de zorgverzekeraar. Of dit een significante rol speelt, hangt met name af van het soort specialisme van de praktijk. 

Vragen?

Buitenlandse tandarts/mondhygiënist in dienst nemen of laten participeren in de praktijk? Neem voor vragen over de samenwerkingsvormen contact op met Imbert van Weverwijk of Reggy Thielen van Hoboken Law Firm. Voor immigratierechtelijke vragen, neem contact op met onze partner Charley Nieuwesteeg. 

Dit artikel is geschreven door:

Charley Nieuwesteeg LL.M.

Partner & Solicitor

Charley Nieuwesteeg LL.M. is partner en mede-oprichter van Orion Immigration Law. Zij adviseert zowel zakelijke als particuliere cliënten bij eenvoudige en ook complexe aanvragen voor verblijfs- en werkvergunningen.


Dit artikel is gepubliceerd op: 25-09-2026

Terug naar overzicht